2 maart 2020 | Writer: Jonne Roelofs
verwarrende taalonderdelen

Verwarrend: Taalonderdelen die vaak fout gaan

Vaak ga je ervan uit dat iemand die in Engeland geboren is de Engelse taal perfect beheerst. De meeste taallessen streven ook naar een near-native niveau van taalbeheersing, wat inhoudt dat je de taal zo goed als perfect beheerst. Toch maken zelfs Engelse mensen hier en daar nog wel eens een foutje. In het Engels zijn er een aantal onderdelen van de taal die zelfs Engelse mensen nog laten twijfelen of die ze zelfs fout doen. In deze blog zet ik ze voor je op een rijtje zodat je je er bewust van bent en het zelf zonder fouten kan doen, waardoor je jouw zakelijke Engels stukken verbetert!

Onduidelijk gebruik van werkwoorsvervoegingen

Zoals je weet komt er in het Engels bij de derde persoon (he, she, of it) een -s achter het werkwoord. Soms kan dit fout gaan wanneer het onderwerp een beetje onduidelijk is. Kijk maar eens naar de volgende zinnen:

FOUT               Every one of those people need   to pay their taxes.

GOED              Every one of those people needs to pay their taxes.

De verwarring zit hem in het onderwerp. Omdat er ‘those people’ staat, wordt dit onderwerp verward als een meervoud. Dan zou het correct zijn om geen -s achter het werkwoord te plaatsen. Toch moet er in dit geval -s achter.

Verwarring tussen bijwoorden en bijvoeglijke naamwoorden

Het gebruik van een bijvoeglijk naamwoord in plaats van een bijwoord en vice versa lijkt goed, maar is fout.

FOUT               He sang really good.

GOED              He sang really well.

FOUT               Joan feels very badly about her presentation.

GOED              Joan feels very bad about her presentation.

Verwarring tussen ‘is’ en ‘are’ bij samenvoegingen

Wanneer je gebruik maakt van een samenvoeging, kan het gebruik van het werkwoord soms fout gaan.

FOUT               Here’s 3 papers I want you to read.

GOED              Here are 3 papers I want you to read.

FOUT               There’s around twenty people at the meeting.

GOED              There are around twenty people at the meeting.

Onduidelijk verschil tussen ‘lie’ en ‘lay’

‘Lie’ is een werkwoord dat je nooit combineert met een lijdend voorwerp. ‘Lay’ is een werkwoord dat je juist wel altijd combineert met een lijdend voorwerp.

FOUT               Let’s lie the markers in front of every seat.

GOED              Let’s lay the markers in front of every seat.

FOUT               Let’s lay on the bed.

GOED              Let’s lie on the bed.

Verwarring tussen ‘fewer’ en ‘less’

‘Fewer’ wordt gebruikt voor telbare zelfstandig naamwoorden. ‘Less’ wordt gebruikt voor niet-telbare zelfstandig naamwoorden. Toch gebruiken mensen vaak less voor telbare zelfstandig naamwoorden.

FOUT               I give less presentations than I used to.

GOED              I give fewer presentations than I used to.

FOUT               I drank fewer water yesterday.

GOED              I drank less water yesterday.

Natuurlijk zijn er nog meer voorbeelden te bedenken. Heb jij zelf nog een voorbeeld van Engelse taalonderdelen die vaak verkeerd gebruikt worden? Of is er nog iets onduidelijk? Laat het weten in de reacties!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *