modale hulpwerkwoorden

Should, must of have to?

Als je in het Engels duidelijk wilt maken dat iets gewenst is of verplicht, weet jij dan of je should, must of have to moet gebruiken? Het verschil in betekenis van deze modale hulpwerkwoorden lijkt misschien niet heel groot, maar juist daarom is het belangrijk om dit verschil te kennen. Het gebruik van het verkeerde woord kan de betekenis van een zin namelijk sterk veranderen.

3 successtrategieën om je zakelijk Engels een boost te geven

Modale hulpwerkwoorden

Should

We gebruiken should als we het hebben over dingen waarvan we vinden dat het juist, het beste of correct is:
I don’t think people should take sensitive case files home with them.

Have to

Have to gebruik je om te zeggen wat noodzakelijk of verplicht is:
Do I have to instruct the new interns on our safety protocol or has Jeremy already done this?

Must

We gebruiken must ook om te zeggen dat iets noodzakelijk of verplicht is, vooral als het onderwerp of het werkwoord niet een persoon is of wanneer het een lijdende vorm is:
All personnel must abide by the company’s code of conduct.

We gebruiken must om te verwijzen naar iets wat zeker waar is. Het tegenovergestelde hiervan is can’t:
He must be bored because he’s not challenged to his full potential at his current job.
You can’t have finished the report already – Susan still has to send you the newest poll numbers!

Mustn’t betekent niet toegestaan (not allowed), maar don’t have to betekent niet noodzakelijk (not necessary):
The expenses mustn’t exceed the budget of 400,000 pounds.
You don’t have to email HR about the issue if you have filled out an incident report.

Dan is het nu tijd om de stof toe te passen.

Oefening

Vul in! Een vorm van: can’t, should, must of have to.
01. I __________ go to an interview tomorrow
02. Sven __________ be done with the graphics yet – I still need to verify the theme of the campaign.
03. Fire regulations say you __________ leave the building immediately if you hear the fire alarm.
04. If you like Impressionist art you __________ visit the Musée d’Orsay in Paris.
05. There’s a free 30-day trial period, so you __________ pay anything for the first month.
06. You __________ enter the operating room without wearing protective gear.
07. I haven’t seen you for ages! We __________ meet up soon.
08. I’m exhausted! I __________ work every weekend last month.
09. You __________ bring that up during the board meeting.
10. Daniel’s __________ cut down on his expenses since he lost his job last month.

De antwoorden staan hieronder. Niet spieken!
1. have to, 2. can’t, 3. must, 4. should, 5. don’t have to, 6. can’t, 7. must, 8. had, 9. can’t, 10. had

⭐️ Nooit meer nadenken over een goede Engelse zin?

Met de online training Improve Your Grammar kun je zelf aan de slag om je grammatica op orde te krijgen. Vervoegingen, werkwoordstijden en woordvolgorde. Zo fijn om deze kennis paraat te hebben. Klik hier voor alle info over deze praktische en duidelijk opgezette online training. Een goede basis is goud!

Reacties (2)

Reactie of vraag? Dat kan hieronder.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *