25 april 2016 | Writer: Anneke Drijver

Present Simple of Present Continuous?

Je hebt het me misschien al eerder horen zeggen of je hebt het al eerder op dit blog gelezen, maar dit onderwerp is zeker het herhalen waard. Dé grootste fout die ik professionals nog steeds hoor maken is het verkeerd gebruiken van de Present Continuous, oftewel de –ing vorm. Deze tijd wordt vaak te pas en te onpas gebruikt, vaak terwijl dat een Present Simple vorm zou moeten zijn. Dus wanneer gebruik je de Present Simple of Present Continuous?

Om het verschil tussen deze twee duidelijk voor je op te helderen, gaan we ze vandaag tegenover elkaar zetten. En aan het einde van dit blog staat een handige miniquiz zodat jij jouw kennis meteen kunt toepassen.

Present Simple
De Present Simple gebruik je:
1. als iets een gewoonte is
2. als iets een feit is
3. als iets regelmatig (niet) gebeurt. Er staan meestal signaalwoorden in de zin die aangeven of dit het geval is. Denk aan: always, every day/week/month/year, never, often, sometimes en usually.

Je vormt de Present Simple door:
I/you/we/they werkwoord
I/you/we/they walk

he/she/it werkwoord + (e)s
he/she/it walks

Present Continuous
De Present Continuous gebruik je:
1. als iets nu gebeurt (vaak met signaalwoorden: at the moment, listen, now, etc.)
2. als iets vaak gebeurt waar je je aan ergert (vaak met signaalwoord always)
3. als iets in de nabije toekomst plaatsvindt.

Je vormt de Present Continuous door:
I am + werkwoord + -ing
I am walking

you/we/they are + werkwoord + -ing
you/we/they are walking

he/she/it is + werkwoord + -ing
he/she/it is walking

Quiz time! Vul in: Present Simple of Present Continuous:
1. You __________ (not like) paperwork, do you?
2. We __________ (often, cycle) to work together.
3. Clive __________ (always, do) what he has promised to do.
4. She is __________ (not work) at the moment.
5. __________ (you, think) we should find a different location for our new office building?
6. They __________ (discuss) the next step in the reorganization process.
7. I __________ (work) on a top secret project with Benjamin.
8. Lucy __________ (work) at an international marketing agency.
9. Jim __________ (never, work) late on Friday.
10. Usually Dennis __________ (work) as a marketing consultant at Company X, but this summer he __________ (move) to Belfast to start his international freelance career.

Doe je mee met de miniquiz? Vul je antwoorden hieronder in! Oplossingen volgen later deze week.

Wil je gratis 62 tips ontvangen over hoe jij je Engels verbetert? Klik op onderstaande balk!
Download hier alle 62 tips in handig pdf-formaat.
Download

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *