21 november 2014 | Writer: Anneke Drijver

How to – make or do

DO of MAKE?

Er zijn veel uitdrukkingen met de werkwoorden ‘to do’ of ‘to make’. In het Nederlands doen of maken. Omdat het gebruik niet altijd overeenkomt met het Nederlands zijn dit eigenlijk uitdrukkingen die je het beste uit je hoofd kunt leren. Kijk maar naar de volgende voorbeelden.

TO DO

Het werkwoord ‘to do’ wordt vaak gebruikt voor een actie, activiteit of taak. Zoals bij:
do a crossword
do the ironing
do the laundry
do the washing
do the washing up

Ook wordt ‘do’ vaak gebruikt wanneer het om werk gaat:
do your work
do homework
do housework
do your job
Meestal wordt er bij dit werk geen fysiek product gemaakt.

‘To do’ gebruik je ook bij algemene ideeën. Met andere woorden om aan te geven dat je iets gaat doen, zonder precies te zeggen wat dat is. Vaak samen met woorden zoals: something, nothing, anything, everything, etc.

I’m not doing anything this morning.
She does everything for her father.
He’s doing nothing.

Belangrijke standaard uitdrukkingen met ‘to do.’
do badly
do business
do the dishes
do a favour
do good
do harm
do time – (in de gevangenis)
do well
do your best
do your hair
do your nails
do your worst

Wil je ook weten wanneer je ‘to make’ moet gebruiken?
Laat het ons hieronder weten en de handige pdf met het duidelijke overzicht komt zo snel mogelijk naar je toe!

Reacties (2)

  1. If you’ll do the dishes, I’ll sweep the floor.
    I really must do some more exercise!
    Could you possibly do me a favour and bring dessert to my dinner
    party tomorrow?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *