6 juli 2020 | Writer: Jonne Roelofs
Relative pronouns clauses grammar

Know your Grammar: Relative Pronouns

It’s time for some grammar! Vandaag ga ik het hebben over relative pronouns en relative clauses. Wat zijn ze precies, in welke vormen komen ze voor, en hoe gebruik je ze? De blog Know your Grammar: Relative Pronouns geeft je antwoord op al deze vragen!

In het Nederlands worden relative pronouns betrekkelijke voornaamwoorden genoemd. Relative pronouns introduceren een relative clause. Een relative clause is een deel van de zin waarin informatie wordt gegeven over personen of dingen.

Wat zijn de relative pronouns?

Onderwerp (Subject) Lijdend voorwerp (Object) Bezittelijk (Posessive)
Who Who / whom Whose
Which Which Whose
That That

Who en whom beschrijven personen.
Which beschrijft dingen of objecten.
That beschrijft zowel personen en/of dingen.

Twee soorten relative clauses

Er zijn twee verschillende soorten relative clauses.

De eerste variant
De eerste maakt duidelijk over welke persoon of welk object de informatie gaat die gegeven wordt. Kijk ter illustratie maar eens naar de volgende voorbeeldzinnen:

“Jean is the new employee who got hired yesterday.”
“This is the paperwork which you need to do before the end of the week.”

Bij dit type relative clause kan de relative pronoun ook vervangen worden door that. Wanneer het lijdend voorwerp van de relative clause een object is, kan de relative pronoun zelfs helemaal weggelaten worden:

“Jean is the new employee that got hired yesterday.”
“This is the paperwork you need to do before the end of the week.”

De tweede variant
De tweede geeft meer informatie over een persoon, ding, of situatie. Kijk maar eens naar de volgende voorbeeldzinnen:

“Pete, who has worked here for over 50 years, has just retired.”
“We just finished our presentation, which I think went very well.”
“I met a business relation from London yesterday, which was very pleasant.”

Een komma geeft het begin van de relative clause aan. Het deel wat direct na de komma komt is dus de relative clause, en bevat extra informatie over het onderwerp van de zin. LET OP! De relative pronoun ‘that’ kan geen persoon vervangen in dit type relative clause. Daarnaast kan de relative pronoun niet weggelaten worden, zoals wel kan bij het eerste type. De volgende voorbeeldzinnen zijn dus fout (aangegeven met *)

* “Pete, that has worked here for over 50 years, has just retired.”
* “We just finished our presentation, I think went very well.”

De bezittelijke relative pronouns

Whose en whom zijn de bezittelijke relative pronouns. Whose wordt als bezittelijke vorm van who gebruikt. Whom wordt af en toe gebruikt als het lijdend voorwerp van een werkwoord of voorzetsel.

“Her name is Angela, whose boss works closely with ours.”
“This is Mary, whom you met last year at the congress.”

 Het gebruik van whom komt echter niet vaak meer voor. In zowel dagelijks als zakelijk taalgebruik wordt meestal de simpele vorm who gebruikt.

Relative pronouns in combinatie met voorzetsels

Who(m) en which kunnen gecombineerd worden met een voorzetsel. Het voorzetsel kan dan zowel aan het begin als aan het eind van de relative clause geplaatst worden. Kijk maar eens naar de volgende voorbeeldzinnen:

“Last year I had a co-worker, from who(m) I learned a lot.”
“I had a colleague last year, who(m) I learned lot from.”

LET OP! Wanneer that wordt gebruikt in combinatie met een voorzetsel, kan het voorzetsel alleen maar op het eind van de relative clause voorkomen.

“I didn’t know the colleague that you received the information from.”
“She didn’t know the colleague that from you received the information.”

Voor je zakelijk Engels is het belangrijk om de relative pronouns juist te gebruiken. Zorg dat je de verschillen goed op een rijtje zet zodat je geen foute relative clauses maakt tijdens een Engels gesprek. Succes!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *