6 november 2017 | Writer: Anneke Drijver

4 fabels over Engelse grammatica

Grammatica. Klinkt het woord alleen al als iets waar je het liefst ver vandaan wilt blijven? Niet gek, als je bedenkt hoeveel regels en uitzonderingen je wel niet hebt moeten leren en onthouden op de middelbare school. Vandaag krijg je echter 4 fabels over Engelse grammatica te horen die jij misschien altijd hebt geloofd, maar helemaal niet waar zijn! Kun je weer vier grammaticaregels schrappen.

Er worden namelijk op school een aantal regels (en natuurlijk uitzonderingen op regels) aangeleerd die helemaal niet waar zijn, verouderd zijn, of puur aangeleerd worden omdat ze qua stijl mooier zijn, maar niet per se beter! Dat heeft ertoe geleid dat er een hele hoop fabels over Engelse grammatica zijn ontstaan. Vandaag wil ik er vier met je bespreken, zodat jij je Engels kunt verbeteren.

1. Dubbele ontkenningen zijn grammaticaal fout

Oké, objectief gezien heffen twee ontkenningen elkaar inderdaad op. Als iemand jou vertelt: I don’t have nothing to do, zou je logischerwijs tot de conclusie komen dat diegene niet niks te doen heeft, en dus wel iets te doen heeft. Het is inderdaad zo dat dubbele ontkenningen weinig worden gebruikt in zakelijk Engels en bij het schrijven, maar ze komen regelmatig terug in de spreektaal. Ken je bijvoorbeeld het liedje Ain’t no sunshine when she’s gone? Ook een dubbele ontkenning. Er is toch degelijk een manier waarop dubbele ontkenningen grammaticaal correct zijn. Dat is namelijk als de dubbele ontkenning wordt gebruikt om ergens nadruk op te leggen, bijvoorbeeld in de zin: I couldn’t not help Tom. De spreker legt hier nadruk op het feit dat het écht niet niet kon – de dubbele ontkenning laat hier dus zien dat hij zich op dat moment verplicht voelde om Tom te helpen.

2. Je kunt een zin niet eindigen met een voorzetsel

In de 17e eeuw hebben een aantal vooraanstaande schrijvers geprobeerd om deze regel door te voeren. Waarom? Zij wilden de Engelse grammatica meer op de Latijnse grammatica laten lijken. Officieel is dit echter geen regel: er zijn zelfs een heel aantal zinnen die heel vreemd zouden zijn als ze niet op een voorzetsel zouden eindigen. Dit zijn dé situaties waarin het natuurlijker is om een zin te eindigen met een voorzetsel dan om dit niet te doen:
• Passieve zinnen – She enjoys being fussed over.
• Betrekkelijke bijzinnen – They must consider the commitment they are taking on.
• Als het voorzetsel bij het werkwoord hoort – Hannah has no one to play with.
• Vragen (met who, what, where etc.) – What music are you interested in?

3. De lijdende vorm moet niet worden gebruikt

Fout, fout, fout! De lijdende vorm is een vorm die júíst in zakelijk Engels erg vaak gebruikt wordt. Het gebruik van de lijdende vorm zorgt er namelijk voor dat de focus komt te liggen op een actie. Bij een actieve vorm ligt de focus meer op de persoon die de actie heeft gedaan. In teksten waarin zakelijk Engels wordt gebruikt, zoals jaarverslagen, onderzoeksrapporten of wetenschappelijke essays, is een actie of uitkomst vaak een stuk belangrijker dan de veroorzaker en daarom is de lijdende of passieve vorm ideaal voor in zakelijk Engels. Vergelijk bijvoorbeeld de volgende zinnen:
1. Actief: The manager had to fire 30 employees.
2. Passief: 30 employees had to be fired.
Een passieve zin komt dus vaak professioneler over. Jij als professional moet dus goed onthouden dat deze zogenaamde grammaticaregel een fabel is, en zeker geen feit!

4. Je kunt een zin niet starten met een voegwoord

Voorbeelden van voegwoorden zijn if, so en but. Voegwoorden worden vaak binnen een zin gebruikt om twee zinsfragmenten te verbinden. Het argument voor deze zogenaamde grammaticaregel is dat je slechts een fragment van een zin zou hebben als je een zin begint met een voegwoord. Dan heb je dus geen complete zin, dus klopt het niet. Het kan echter prima. Hoewel er vaak wel de voorkeur aan wordt gegeven om niet te starten met een voegwoord, vooral in zakelijke teksten, is het niet verkeerd als je het wel doet. Bijvoorbeeld omdat het echt niet anders kan, of omdat het simpelweg beter klinkt.

Dit waren 4 voorbeelden van fabels over Engelse grammatica. Merk je dat de Engelse grammaticaregels wel erg ver bij je weggezakt zijn, of heb je moeite met de Engelse grammatica? Kijk gerust rond op ons blog, waar je allerlei handige tips vind over grammatica!

Welke Engelse grammaticafabels ken je nog meer? Laat het me weten in een reactie!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *