5 mei 2014 | Writer: Anneke Drijver

Even iets anders… breuken, symbolen en sommen in het Engels

Even een geheugensteuntje voor de breuken, symbolen en sommen in het Engels. Weet je nog hoe het moet? Leer ze uit je hoofd, dan heb je ze volgende keer tijdens een gesprek paraat. Succes!

Breuken
1/8 one eighth
1/5 one fifth
1/4 one quarter
3/4 three quarters
1/3 one third
2/3 two thirds
1/2 one half

Symbolen
+ plus (and)
– minus (take away)
x multiplied by (times)
÷ divided by
= equals (is)
. point
% percent

1 + 6 – 2 x 2 ÷ 2.5 = 4

One plus six minus two multiplied by two divided by two point five equals four

10% 100 = 10
Ten percent of one hundred equals ten

In het Engels zeg je vaak ‘a’ in plaats van ‘one’
Bijvoobeeld bij 100 of 1/2 – ‘A hundred’ of ‘a half’

Dozijn
Ook in het Engels gebruik je het woord dozijn. Bijvoorbeeld:
12 eieren = ‘A dozen eggs’
6 eieren = ‘half a dozen eggs’

Mocht je nog vragen hebben over breuken, symbolen en sommen in het Engels, aarzel dan niet om ze hieronder te stellen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *