25 februari 2019 | Writer: Leonie
engelse vragen

Engelse vragen formuleren

Soms is het goed om terug te gaan naar de basics. Zo ook met Engelse vragen formuleren. Misschien gaat dat in je ‘vakantie-Engels’ automatisch en denk je er niet eens meer over na. Maar wat als jij voor je werk een Engelse assessment moet ontwikkelen, enquête moet creëren, of FAQ moet opstellen voor op de website? Of op een andere manier met Engelse vragen bezig moet?

Bij zakelijk Engels is het handig als je de basisregels erbij hebt. Zo heb je meer garantie dat het goed gaat. Er hangt dan ten slotte een professioneel visitekaartje aan je teksten. Daarom vind je hier een stappenplan voor het formuleren van vijf verschillende soorten Engelse vragen.

Allereerst een opfriscursus ‘Engelse zinnen vormen’. Een basiszin vorm je in de volgorde Subject – Verb – Object (onderwerp – werkwoord – lijdend voorwerp/andere informatie): It is Monday. Wil je een basisvraag maken, dan draai je het werkwoord en het onderwerp om: Is It Monday? (Verb – Subject – Object). In dit artikel onderscheiden we 5 soorten Engelse vragen.

1. Ja/Nee vragen

Dit zijn vragen die simpelweg te beantwoorden zijn met ja of nee. De eenvoudigste vorm hiervan is het verplaatsen van het werkwoord naar het begin van de zin, zoals hiervoor werd gedaan: Is it Monday?

Easy, right? Dan wordt het ingewikkelder. Alleen een hulpwerkwoord of een modaal werkwoord zijn zo makkelijk te verplaatsen naar het begin van een zin. Hulpwerkwoorden zijn (vervoegingen van) be, have en do. Modale werkwoorden zijn can, could, may, might, must, should, ought to, have to, need to, shall, should en will. Je kunt meer lezen over modale werkwoorden in dit artikel en dit artikel.

Wat als er geen hulpwerkwoord of modaal werkwoord in de zin staat? Dan gebruik je het werkwoord to do. Je zet dan Do, Does of Did aan het begin van de vraag. Bij een vraag in de tegenwoordige tijd gebruik je Does als het onderwerp de derde persoon enkelvoud is (he, she of it) en Do bij elk ander onderwerp. Bij een zin in de verleden tijd gebruik je Did. Omdat je het werkwoord to do vervoegt naar de tijd en het onderwerp, hoef je het oorspronkelijke werkwoord in de zin niet meer te vervoegen. Je gebruikt dus het hele werkwoord. Bijvoorbeeld:

Tom plays the guitar → Does Tom play the guitar?
Tom and Jerry play the guitar → Do Tom and Jerry play the guitar?
Tom played the guitar → Did Tom play the guitar?

2. De vraagwoorden

De bekendste vraagwoorden zijn de 5 W’s: who, what, why, when en where. Maar er zijn nog meer vraagwoorden, denk maar aan which, how, how many en how often. Bij de vraagwoorden vervang je vaak een deel van de zin door het vraagwoord. Als je een vraag stelt over het onderwerp van de zin, hoef je de woordvolgorde niet te veranderen: Tom is playing the guitar → Who is playing the guitar?

In andere gevallen moet je wel de zinsvolgorde moet aanpassen. Bijvoorbeeld:
Tom is playing the guitar → What is Tom playing (What vervangt the guitar)

Ook kan het vraagwoord een toevoeging zijn aan de zin, en vervangt deze dus geen woord. Bijvoorbeeld: Tom is playing the guitar → Why is Tom playing the guitar?

3. Indirecte vragen voor beleefd, zakelijk Engels

Informatie nodig? Dan is een directe vraag vaak de handigste en snelste manier om die te verkrijgen. Toch kan een directe vraag bot overkomen, en al helemaal in het beleefde Engels. In zakelijk Engels kun je daarom soms beter veilige, indirecte vragen stellen. Dat doe je door een zinsdeel toe te voegen vóór de directe vraag, zoals: Could you please tell me of Do you know. In de indirecte vraag verplaatst het werkwoord dan naar het einde: Where is the meeting room?Could you please tell me where the supermarket is? Do you know where the meeting room is?

4. ‘Negatieve’ vragen

Negatieve vragen bevatten het woord not. Dit kan ook zijn in de vorm van een samenstelling zoals in didn’t (did not). Je kunt een negatieve vraag gebruiken als je bijna zeker weet dat iets zo is, maar het toch nog wilt bevestigen:
Didn’t you hear the news? Jack’s getting married!

Ook kun je met een negatieve vraag verbazing uitdrukken dat iets waarvan je verwacht dat het gaat gebeuren, nog niet gebeurd is:
Hasn’t Jack proposed yet? He’s been talking about it for two years already!

Als je een samenstelling gebruikt met not, zoals in de twee voorbeelden hierboven, is de zinsvolgorde van de vraag: Samenstelling – Onderwerp – Hoofdwerkwoord – Andere informatie. Ben je nu in een formele setting? Dan kun je beter not gebruiken dan een samenstelling. In dit geval krijgt de zin een andere volgorde. De volgorde is dan als volgt: Hulpwerkwoord – Onderwerp – not – Hoofdwerkwoord – Andere informatie. Dat ziet er als volgt uit: Has Jack not proposed yet?

5. Question tags

Een vraag met een question tag wordt gebruikt om te checken of je iets juist heb begrepen. Je vindt hier een uitgebreid artikel over question tags.

Did you get that? Als je vragen hebt, kun je die achterlaten in de reacties. En als je het aandurft om Engelse vragen te stellen, mag dat natuurlijk altijd. 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *