24 september 2018 | Writer: Anneke Drijver

Een mini-woordenboek projectmanagement termen

Het is weer tijd voor een mini-woordenboek! Dit keer vind je hier de betekenis van een aantal veelvoorkomende Engelse projectmanagement termen. Dus ben jij projectmanager/projectleider of werk je binnenkort mee in een internationaal project? Superhandig om deze Engelse projectmanagement termen even op te slaan. Natuurlijk zijn dit niet alle woorden die je tegen gaat komen tijdens het project. Maar: het zijn wel een aantal typische basiswoorden die je waarschijnlijk of krijgt te horen of zelf gaat gebruiken.

Engelse projectmanagement termen

Action item: een actiepunt, datgene wat moet gebeuren om een project goed te laten lopen. Voorbeelden zijn het bijeenroepen van een vergadering of collega’s informatie doormailen.

Baseline: het startpunt van een project, oftewel het nulpunt. De status waarmee je latere statussen in het project kunt vergelijken om te kijken wat er veranderd is.

Constraint: een beperking of gebrek aan het project. Voorbeeld: als er niet voldoende financïele middelen beschikbaar zijn.

Duration: de duur van het project.

End user: de persoon of de doelgroep die het product daadwerkelijk gaat gebruiken aan het einde van het project (de ‘ideale’ klant).

Forecast: een voorspelling over het project, bijvoorbeeld hoe lang het gaat duren of welke richting het op gaat.

Go/No go: een besluit over of (een fase binnen) het project (of een fase binnen het project) wel of niet doorgaat of wel of niet geslaagd is.

Handover: de overdracht van het eindproduct van het project aan de klant.

Input: de bronnen en informatie die nodig zijn voor het project om er daadwerkelijk mee aan de slag te gaan.

Issue log: een logboek waarin bijgehouden wordt tegen welke problemen aan wordt gelopen tijdens het project.

Kickoff meeting: de eerste meeting tussen het projectteam en de klant, waarin overeenstemming wordt bereikt over hoe het project precies wordt vormgegeven.

Lag time: een nodige pauze of vertraging tussen twee fases in het project. Voorbeeld: het wachten op goedkeuring voordat er begonnen mag worden aan de volgende fase.

Milestone: een mijlpaal in een project, bijvoorbeeld bij het succesvol bereiken van een projectdoel.

Negotiation: een discussie tussen twee (betrokken) partijen met als doel om tot een overeenkomst te komen.

Output: het eindresultaat van het project.

Project schedule: de agenda/planning van het project.

Quality assurance: het testen van het product om te garanderen dat het voldoet aan de gestelde eisen en geen fouten bevat.

Scope: alles wat er binnen een project goed moet gaan om het tot een succes te maken, ofwel alle doelen die gehaald moeten worden.

User story: een beschrijving van hoe een end user het product zal gaan gebruiken.

Virtual team: een groep mensen die aan hetzelfde project werkt vanuit verschillende locaties of organisaties.

Naast een mini-woordenboek Engelse projectmanagement termen, hebben we nog een heel aantal mini-woordenboeken! Wat dacht je bijvoorbeeld van de mini-woordenboeken Engelse computertermen, HRM & Personeel en Organisatie, Engelse CV woorden en Engels op reis?

Over welk (zakelijk) gebied zou jij graag een mini-woordenboek willen lezen? Laat een reactie achter!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *