24 april 2017 | Writer: Anneke Drijver

Engelse lidwoorden: The, A en An

Lidwoorden zijn maar ingewikkeld. Er zijn ontzettend veel taalregels voor het gebruik ervan, maar net als tientallen andere regels worden ze ook weer overtreden. Hoe leer je het gebruik van Engelse lidwoorden het beste?

Gratis videotraining

Ontdek hoe jij je zakelijk Engels kunt verbeteren. Ik deel mijn 3 beste tips.

Een introductie van Engelse lidwoorden

Lidwoorden zijn woorden die je voor zelfstandig naamwoorden (dieren, mensen, plaatsen of voorwerpen) zet. Er zijn vier soorten Engelse lidwoorden: a, an, the en ø. Misschien heb je nog nooit van de ø gehoord. Dit komt omdat dit geen echt lidwoord is dat je in een zin ziet staan. Dit teken geeft aan dat er géén lidwoord voor een zelfstandig naamwoord staat.

Het verschil tussen a en an heeft te maken met het woord dat erop volgt. Als het woord begint met een medeklinkerklank, gebruik je a. Hierbij kun je denken aan book, university (klinkt als joeniversity) of house. Als het woord begint met een klinkerklank, gebruik je an. Denk hierbij aan orange, apple of hour (klinkt als our). Deze kleine woordjes kunnen helpen om een onderscheid aan te geven tussen nieuwe en oude informatie, algemene of specifieke informatie en nog veel meer.

De regels

Er zijn ontzettend veel regels (en uitzonderingen) voor de Engelse lidwoorden. Het zou een information overload zijn om ze allemaal te bespreken en dat zou waarschijnlijk alleen maar verwarrender voor je worden. Daarom beperk ik me hier tot de belangrijkste regels voor het gebruik van Engelse lidwoorden.

A/An wordt gebruikt als je:

Voor de eerste keer naar een zelfstandig naamwoord verwijst
Yesterday, I saw a new product in the store. (= eerste keer)
I immediately bought the product to try it. (= volgende keer)

Het hebt over ‘leden’ van een groep
Banen: I am an enigineer and he is a CEO.
Nationaliteiten: She is an American.
Religies: Tom is a Buddhist.

Één bedoelt (als aantal)
I had a (= één) sandwich at lunch.

Een hoeveelheid aangeeft
a little bit, a ton of, a lot of

The wordt gebruikt als:

Iets al een keer genoemd is
Yesterday, I saw a new product in the store. (= eerste keer)
I immediately bought the product to try it. (= volgende keer)

Je het hebt over unieke dingen (iets waarvan het algemeen bekend is dat er maar één van is)
I looked up at the sun.

Als je een specifieke persoon, plaats of voorwerp bedoelt
I thought the presentation last night was quite interesting. (= niet zomaar elke presentatie, maar specifiek de presentatie die de voorgaande avond gegeven werd)

Bij rangtelwoorden en superlatieven
the first, the second, the fourth
the best, the greatest, the fastest

In sommige vaste uitdrukkingen
The Nile, The Netherlands, The Pacific Ocean

ø wordt gebruikt als:

Er wordt gesproken over algemene dingen
I love watching (ø) TV series (= alle series)

Er wordt gesproken over landen en talen
Have you visited (ø) France?, I love (ø) Spanish

Eten
Let’s have (ø) dinner at that new restaurant

Woorden die ‘ontelbaar’ zijn en dus niet in het meervoud kunnen staan.
I don’t like (ø) milk in my (ø) coffee.

Voorbeeldtekst

Dé manier om te leren wanneer je welke Engelse lidwoorden wel of niet gebruikt, is door ze actief op te merken in teksten. Daarom heb ik een voorbeeldtekst voor je uitgezocht waarin de Engelse lidwoorden gemarkeerd en uitgelegd worden.

Although (1) Mandarin and (2) Spanish are now, in fact, (3) the two most common languages in (4) the world, (5) English is still seen by many as being (6) the most influential. It is, according to (7) scholars such as cognitive scientist Steven Pinker, (8) the language that connects (9) the most people worldwide.
(Bron: https://www.theguardian.com/lifeandstyle/2016/oct/17/english-is-understood-anywhere-in-the-world)

1: ø – er wordt gesproken over een taal
2: ø – er wordt gesproken over een taal
3: the – er wordt gesproken over iets dat al eerder genoemd is (Mandarin & Spanish)
4: the – er wordt gesproken over iets unieks, er is maar één world
5: ø – er wordt gesproken over een taal
6: ø – er wordt gesproken over iets dat al eerder genoemd is (English)
7: ø – er wordt gesproken over algemene dingen (scholars)
8: ø – er wordt gesproken over iets dat al eerder genoemd is (English)
9: the – er is sprake van een superlatief (most)

Met welk aspect van Engelse grammatica heb jij moeite? Laat het me weten zodat ik weet waar ik je mee kan helpen!

Reactie of vraag? Dat kan hieronder.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.