19 juni 2017 | Writer: Anneke Drijver

Een mini-woordenboek Engelse computertermen

Hoe goed ben jij thuis in Engelse computertermen? Als je een eigen bedrijf hebt, hoort daar vaak een website bij. En als je veel online regelt – wat tegenwoordig bijna onvermijdelijk is – is er een grote kans dat jij regelmatig Engelse computertermen voorbij ziet komen waarvan je geen flauw idee hebt van de betekenis. Daarom lees je in dit artikel een mini-woordenboek van enkele Engelse computertermen. Natuurlijk zijn er inmiddels duizenden en komen er bijna dagelijks nieuwe termen bij. Maar zodra je eerst maar de basis onder de knie hebt, komt er wellicht later een vervolg!

Gratis videotraining

Gratis videotraining

Ontdek hoe jij je zakelijk Engels kunt verbeteren. Ik deel mijn 3 beste tips.

Engelse computertermen

Application. Een programma dat speciaal ontworpen is om een specifieke functie uit te voeren, misschien beter bekend als app.

Bug. Krijg je een bericht van je website-provider dat er een bug in je site zit? Een bug is een fout in de code van je website waardoor je website niet helemaal werkt zoals het hoort.

CPU. Deze afkorting staat voor Central Processing Unit: het hart (of de hersenen) van een computer.

Data. Alle informatie (tekst, foto’s, video, audio, browsegeschiedenis) die je creërt en deelt op een computer.

Driver. Een speciaal programma dat een computer in staat stelt om te werken met specifieke hardware, bijvoorbeeld een printer.

E-business. Zaken doen via het internet.

FAQ. Dit is een afkorting voor Frequently Asked Questions. Ben je het zat om telkens dezelfde vraag over je producten via de e-mail te beantwoorden? Maak een FAQ-kopje aan op je website waarop je alle veelvoorkomende vragen beantwoordt, superhandig! Dat scheelt je weer een hoop mails beantwoorden.

Font. Het lettertype.

Hardware. De uitrusting ofwel de tastbare delen van een computersysteem, zoals de speakers, muis, toetsenbord of de printer.

Hit. Elk bezoekje aan je website is een hit.

Netiquette. Een samenstelling van de woorden network etiquette: informele regels die ‘normaal’ gedrag op het internet definiëren.

OS staat voor Operating System. Dit is de basissoftware die een computer beheert, zoals Windows 10 of iOS.

Provider. Je provider is het bedrijf dat jou toegang tot het internet verleent.

Videoconference. Een interactief, audiovisueel gesprek (vaak een vergadering) tussen twee of meerdere personen op verschillende locaties via videotechnologie.

Zip. Stelt iemand je voor om alle documenten rondom een nieuw project als zip naar je te versturen? Geen paniek, een zip is niets meer dan een bestand dat ‘samengeperst’ is zodat het minder opslagruimte inneemt, dat snel via het internet kan worden overgedragen.

Wil jij je woordenschat zakelijk Engels verbeteren, bijvoorbeeld om zo nóg professioneler en natuurlijker overkomen in het Engels? Kijk dan eens naar deze online training.

Heb jij interesse in een vervolg op het mini-woordenboek Engelse computertermen? Laat het me weten in een reactie!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.