23 mei 2016 | Writer: Anneke Drijver

Which, who of what?

De betrekkelijke voornaamwoorden which, who en what worden nog vaak door elkaar gebruikt. Met de beknopte toelichting in dit artikel hoeft dit echter niet meer, dus ga er goed voor zitten en vergeet niet de oefening aan het einde te maken om je kennis meteen toe te passen.

We beginnen met which en who. Deze worden beiden gebruikt om terug te verwijzen naar iets uit het eerste gedeelte van een zin.

Which
Je gebruikt ‘which‘ om te verwijzen naar dingen, plaatsen of organisaties.
Bijvoorbeeld:
Jim works for an organization which helps startup companies with their legal affairs.

Who
Je gebruikt ‘who’ om naar mensen te verwijzen.
Een voorbeeld:
Have you already met the new manager who is going to replace Angela?

Nu we deze twee kort toegelicht hebben, is het tijd om naar what te gaan kijken.

What
‘What’ gebruik je om naar iets onbekends te verwijzen.
Zoals:
What do you need to complete the assignment?

Bijzinnen
Een beperkende betrekkelijke bijzin omschrijft precies over wie of wat je het hebt. In dit geval kun je who of which vervangen door that en soms zelfs helemaal weglaten:

That’s our competitor’s top salesman who I saw talking to our client.
That’s our competitor’s top salesman (that) I saw talking to our client.

Een uitbreidende betrekkelijke bijzin, afgescheiden door komma’s, geeft extra informatie. In dit geval kan which niet vervangen worden door that of weggelaten worden omdat het anders een beperkende bijzin wordt:

Our office building, which was renovated last year, does not meet the safety requirements.
Our office building that was renovated last year does not meet the safety requirements (we hebben meerdere kantoorgebouwen waarvan er één vorig jaar gerenoveerd is).

Test time
Heb je een duidelijker beeld gekregen van wanneer je de betrekkelijke voornaamwoorden which, who en what moet gebruiken? Dan is het nu aan jou! Vul in: which, what, who, that of -. Let op, soms zijn er meerdere antwoorden mogelijk.

1. Tom is the new head of IT __________ I hired on Monday
2. This is our latest prototype __________ is still under development.
3. Can I talk to the person __________ is in charge here?
4. The applicants for the managerial position __________ just opened up were quite young.
5. Could you tell me __________ he wants me to change in the report?
6. I haven’t seen anyone form the Marketing department __________ were supposed to do their presentation today.
7. The Apple store __________ opened across the street has been doing well.
8. Did you e-mail the customer __________ was unsatisfied with our vacuum cleaner?
9. I’m not sure I know __________ you’re talking about. Was the complaint about the model __________ we released a few weeks ago?
10. The reports __________ you gave me were very clear and we will take action as soon as possible.

Doe je mee met de oefening? Wacht dan even met naar beneden scrollen! De juiste antwoorden staan namelijk in de reacties.

Reacties (2)

    • Hi Sanne,

      Good job! Alleen nog even goed naar 4 kijken. 😉 Dit zijn de juiste antwoorden:

      1. who / –
      2. which
      3. who
      4. which / that
      5. what
      6. who / that
      7. which / that
      8. who
      9. what, which / that / –
      10. which / that / –

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *